3 oorzaken waardoor bedrijven te weinig BHV-oefeningen doen

BHV’ers moeten in noodsituaties iedereen binnen een bedrijf kunnen alarmeren en evacueren. Om hun vaardigheden en kennis op peil te houden, moeten zij regelmatig een herhaling van de oefeningen volgen. Dit is belangrijk, omdat zij in het dagelijks werk geen routine opdoen met deze taken en er op deze manier beter vertrouwd mee raken. Ze zijn pas nodig in geval van een onverwachts incident. Om deze reden wordt geadviseerd een minimale jaarlijkse herhaling als norm aan te houden. Maar is dit wel vaak genoeg en hoe ziet een goede oefening eruit?

 

Invloed verschillende factoren

Binnen veel bedrijven worden BHV-oefeningen één keer per jaar gedaan, maar er is geen ideale frequentie voor de oefeningen. Er zijn wel factoren die de keus beïnvloeden. Ten eerste moet er gekeken worden naar de reële risico’s waarmee de BHV’ers te maken hebben op de werkvloer. Wanneer er binnen een bedrijf meer mogelijke gevaren zijn, is het belangrijker om regelmatig te oefenen. Ten tweede moet er worden gekeken naar het aantal BHV-medewerkers. Bij een groot aantal BHV’ers moet er ook extra geoefend worden, omdat zij goed op elkaar ingespeeld moeten zijn. Dit vereist dat zij elkaar goed genoeg kennen, omdat zij op elkaar moeten kunnen vertrouwen. Als laatste kan de frequentie worden beïnvloed op basis van de opgedane ervaringen van de voorgaande oefening. Al snel wordt duidelijk hoe goed de medewerkers de taken onder de knie hebben.

 

Niet urgent genoeg

Binnen vrijwel elk bedrijf is iedereen het erover eens dat het belangrijk is om regelmatig BHV-oefeningen te doen, maar toch gebeurt het niet zo vaak. Het wordt wel gezien als belangrijk, maar niet altijd als urgent genoeg. Wanneer de geplande oefening even niet handig uitkomt, wordt deze snel uitgesteld. Zo worden oefeningen veel minder vaak gedaan dan dat ze ingepland stonden.

 

Onnodig complex of groot

Een andere oorzaak voor het minder vaak uitvoeren van de oefeningen, is dat ze onnodig complex of ‘groot’ worden gemaakt. Er kunnen scenario’s worden bedacht die veel te ver van de realiteit afstaan. Bij het voorbereiden van oefeningen moet alleen gebruik worden gemaakt van de scenario’s die in het bedrijf kunnen optreden. Ook wordt er binnen sommige bedrijven gedacht dat een oefening ‘groot’ moet zijn. Een goede oefening heeft niet heel veel nodig en hoeft daarom zeker niet ‘te gaaf’ te worden gemaakt, met bijvoorbeeld rookmachines. Daarbij leiden deze elementen alleen maar af van het hoofddoel. Door deze opvattingen kunnen bedrijven het organiseren van de oefeningen liever willen uitstellen.

 

Klein houden

In plaats van te complexe of grote oefeningen, is het soms beter om de oefeningen klein te houden. Voor veel BHV-oefeningen is het niet nodig om het hele bedrijf voor twee uur lang stil te leggen. Er wordt vaak gedacht dat deze oefeningen ontruimingsoefeningen moeten zijn, maar BHV’ers moeten bijvoorbeeld ook eerste hulp kunnen verlenen of een beginnende brand kunnen blussen. De meeste oefeningen kunnen binnen een kwartier worden uitgevoerd, waarbij het soms handig kan zijn om maar een specifieke groep de oefening te laten doen. Snelle oefeningen zijn bijvoorbeeld oefeningen waarbij een foto, filmpje of krantenartikel wordt laten zien, waarna gevraagd wordt hoe de BHV’er zou handelen of wat hij of zij zou verbeteren. Het kan ook verstandig zijn om het moeilijkheidsniveau van de oefening op te bouwen.

 

Droog oefenen

Tot slot kan er ook worden geoefend met een Table Top oefening. Bij een Table Top oefening ligt de plattegrond van de afdeling vergroot op tafel, waarbij met pionnen of figuren de procedures worden besproken. Zo kan worden begonnen met een oefening op papier, om van daaruit in stappen te oefenen in de praktijk. Om dit interessanter te maken, kan een eigen 3D-omgeving worden gecreëerd. Hiervoor kan software worden aangeschaft om eenvoudig verschillende oefenomgevingen te maken.

Laat een reactie achter